ECLI:NL:PHR:2004:AO9921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitlevering bij verstekvonnis en verzetmogelijkheid in België
In deze zaak ging het om een uitleveringsverzoek van België waarbij de opgeëiste persoon bij verstek was veroordeeld door een Belgische rechtbank. De rechtbank in Nederland verklaarde de uitlevering ontoelaatbaar omdat het vonnis onherroepelijk was geworden zonder dat de opgeëiste persoon op de hoogte was gesteld van de mogelijkheid tot verzet.
De Hoge Raad stelde dat Nederland bij het Benelux-Uitleveringsverdrag geen voorbehoud heeft gemaakt voor uitlevering ter tenuitvoerlegging van verstekvonnissen. Volgens de Memorie van Antwoord bestaat in België altijd de mogelijkheid tot verzet, waardoor de verdachte verzekerd is van een contradictoire behandeling van zijn strafzaak.
De Hoge Raad oordeelde dat de opgeëiste persoon na het gebruik van de verzetmogelijkheid in voldoende mate zijn verdediging kan voeren voordat tot tenuitvoerlegging wordt overgegaan. De rechtbank was daarom ten onrechte uitgegaan van de onherroepelijkheid van het vonnis en verklaarde de uitlevering onterecht ontoelaatbaar.
De conclusie van de Hoge Raad was om de bestreden beslissing te vernietigen en de opgeëiste persoon op te roepen voor een nader te bepalen zitting om over het uitleveringsverzoek te worden gehoord.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissing van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling van het uitleveringsverzoek.