ECLI:NL:PHR:2004:AP0428
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarresten in civiele procedure
In deze zaak hebben Mareb Shipping B.V. en anderen cassatieberoep ingesteld tegen twee arresten van het Gerechtshof Arnhem, die beide tussenarresten betroffen. Het hof had bij het eerste arrest de zaak aangehouden en partijen verzocht nadere stukken te overleggen. Het tweede arrest betrof de bekrachtiging van een tussenvonnis van de rechtbank en verwijzing van de zaak voor verdere afdoening.
Jehan c.s. voerden verweer en stelden dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het ging om tussenarresten waartegen volgens art. 401a lid 2 Rv geen cassatieberoep openstaat, tenzij tegelijk met het eindarrest. Mareb c.s. betoogden anders, maar de Hoge Raad verwierp dit.
De Hoge Raad bevestigde dat de arresten van het hof tussenarresten zijn, omdat het tussenvonnis van de rechtbank niet een eindbeslissing inhoudt en het hof dit tussenvonnis bekrachtigde. De wetgeving na 1 januari 2002, waaronder art. 401a lid 2 Rv, is van toepassing en bepaalt dat cassatieberoep tegen tussenarresten slechts samen met het eindarrest kan worden ingesteld.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van Mareb c.s. niet-ontvankelijk. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van procesrechtelijke regels omtrent de ontvankelijkheid van cassatieberoepen tegen tussenarresten in civiele zaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de tussenarresten is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tegelijk met het eindarrest is ingesteld.