ECLI:NL:PHR:2004:AP1213
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens belaging ondanks ontbreken bemiddelingspoging en tijdsoverschrijding verhoor
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens belaging, waarbij hij gedurende een periode van enkele maanden herhaaldelijk contact zocht met het slachtoffer via diverse middelen, waaronder telefoon, sms en e-mail, en daarbij ook onwaarheden verspreidde en dreigde. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf op met een contactverbod.
In hoger beroep stelde de raadsman van verdachte onder meer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat er geen bemiddelingspoging was gedaan tussen slachtoffer en verdachte, zoals volgens hem de bedoeling van de wetgever was. Dit verweer werd door het hof verworpen, waarbij werd vastgesteld dat bemiddeling weliswaar mogelijk is, maar niet verplicht volgens de wet en richtlijnen.
Daarnaast werd aangevoerd dat verdachte langer dan de toegestane zes uren was opgehouden voor verhoor, wat eveneens tot niet-ontvankelijkheid zou moeten leiden. Het hof oordeelde dat de termijn pas begint te lopen bij aankomst op de plaats van verhoor en dat verdachte binnen die termijn weer werd heengezonden, waardoor dit verweer faalde.
Ten slotte werden diverse klachten over de bewijsvoering verworpen, waaronder dat e-mailcontact niet onder belaging zou vallen en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde gedragingen als belaging werden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een contactverbod wegens belaging.