ECLI:NL:PHR:2004:AP1439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing grootouderadoptie wegens strijd met wettelijke voorwaarden en EVRM
In deze zaak verzocht een grootmoeder om adoptie van haar minderjarige kleinkind, dat zij sinds de geboorte verzorgt en opvoedt. Het kind is verstandelijk gehandicapt en is niet op de hoogte van de ware familierelatie. De moeder van het kind heeft gezag en woont niet meer bij de grootmoeder.
De rechtbank en het gerechtshof wezen het verzoek af omdat de wet adoptie door grootouders verbiedt (art. 1:228 lid 1 sub b BW Pro) en omdat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) geen recht op adoptie verleent. De grootmoeder beriep zich op bijzondere omstandigheden en op het recht op gezinsleven onder art. 8 EVRM Pro, maar dit werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat adoptie alleen mogelijk is binnen de wettelijke kaders en dat het EVRM geen recht op adoptie biedt. Ook het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) biedt geen directe grondslag om de wettelijke voorwaarden te negeren. De wetgever heeft bewust grootouderadoptie verboden om identiteitsproblemen en grootouder-usurpatie te voorkomen.
Het cassatieberoep van de grootmoeder werd verworpen, waarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot grootouderadoptie wordt afgewezen omdat dit wettelijk verboden is en het EVRM geen recht op adoptie biedt.