ECLI:NL:PHR:2004:AP1493
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep arts op noodtoestand na actief levensbeëindigend handelen zonder verzoek
In deze zaak staat de vraag centraal of een arts zich kan beroepen op noodtoestand bij het actief beëindigen van het leven van een patiënte zonder een daartoe strekkend verzoek. De patiënte verkeerde in een uitzichtloze en ontluisterende situatie, was niet meer in staat haar wil te uiten en had kort tevoren nog aangegeven voor het leven te kiezen. De arts besloot in acute noodsituatie tot toediening van een dodelijke dosis Alloferine, een middel dat niet onder palliatieve zorg valt.
Het hof oordeelde dat het handelen van de arts niet viel te rechtvaardigen als euthanasie of palliatieve zorg, en dat de zorgvuldigheidscriteria voor levensbeëindiging op verzoek niet van toepassing waren. Het beroep op noodtoestand werd verworpen omdat de arts niet had voldaan aan de vereisten zoals het raadplegen van een onafhankelijke arts, het informeren van betrokkenen, en het zorgvuldig uitvoeren van de handeling. Tevens werd het gebruik van een verlopen middel in een te hoge dosis als onzorgvuldig beoordeeld.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst erop dat actieve levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan worden gerechtvaardigd. In dit geval was er geen sprake van een noodtoestand die de keuze van de arts objectief kon rechtvaardigen. De arts had alternatieven, zoals het afwachten van het natuurlijke overlijden en overleg met de zorgmanager. Het beroep op noodtoestand faalt, en het vonnis wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep op noodtoestand wordt verworpen en de veroordeling van de arts voor actieve levensbeëindiging zonder verzoek blijft in stand.