ECLI:NL:PHR:2004:AP1533
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bij mondeling verzoek tot teruggave inbeslaggenomen auto aan ander
In deze zaak ging het om een verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen BMW. Klager had aanvankelijk gesteld rechthebbende te zijn, maar trok dit verzoek in tijdens de raadkamer en vroeg mondeling om teruggave aan zijn broer. De rechtbank behandelde het verzoek inhoudelijk en wees het af.
De Hoge Raad overwoog dat de wet niet voorziet in een mondeling verzoek tot teruggave en evenmin in teruggave aan een ander dan de verzoeker. Hierdoor had de rechtbank het verzoek van klager als ingetrokken moeten beschouwen en klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beslissing van de rechtbank en verklaarde klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift. Dit arrest bevestigt de strikte procedurele eisen bij verzoeken tot teruggave van inbeslaggenomen zaken.
Uitkomst: Klager werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift wegens het mondeling verzoek tot teruggave aan een ander dan hijzelf.