ECLI:NL:PHR:2004:AP1799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vertegenwoordigingsbevoegdheid en schijn van volmacht bij koopovereenkomst onroerend goed
Deze civiele zaak betreft een geschil over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van een directeur van Scan Estate B.V. bij de totstandkoming van koopovereenkomsten betreffende onroerende zaken. De voorzieningenrechter en het hof stelden vast dat de betreffende directeur formeel niet bevoegd was Scan Estate te vertegenwoordigen, omdat alleen een andere vennootschap, BSB, daartoe bevoegd was volgens het handelsregister.
BMS c.s. voerden aan dat Scan Estate de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid had gewekt en dat de onbevoegde handelingen waren bekrachtigd. Het hof oordeelde dat de schijn van bevoegdheid niet voldoende was aangetoond en dat bekrachtiging niet kon worden aangenomen omdat de wederpartij niet vertegenwoordigd was in de gesprekken waarin bekrachtiging zou zijn gegeven.
In cassatie stelde Scan Estate dat volmacht ook impliciet kan worden verleend en dat het hof dit had miskend. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat er geen voldoende bewijs was voor een volmacht en dat het cassatieberoep verworpen moest worden. De uitspraak bevestigt het belang van formele vertegenwoordigingsbevoegdheid en de beperkingen van het beroep op schijn van volmacht in het handelsverkeer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.