ECLI:NL:PHR:2004:AP2649
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering wegens schade aan gehuurde woning na niet verschijnen eiser
Eiser werd door de woningcorporatie DWV gedagvaard wegens het niet in goede staat achterlaten van een gehuurde woning, met een vordering van €1.379,28. De kantonrechter stelde een comparitie van partijen vast voor 12 maart 2003, waarbij eiser niet verscheen ondanks behoorlijke oproeping. De kantonrechter wees de vordering toe omdat eiser geen bericht van verhindering gaf en zijn verweer niet handhaafde.
Eiser kwam hiertegen in cassatie met twee middelen. Het eerste middel betrof het niet verschijnen wegens plotselinge ziekte op 9 april 2003, terwijl de comparitie feitelijk op 12 maart 2003 plaatsvond. Dit middel faalde wegens feitelijke onjuistheid. Het tweede middel klaagde over de conclusie van de kantonrechter dat het niet verschijnen en het niet verstrekken van inlichtingen betekende dat eiser zijn verweer niet kon of wilde handhaven. De Hoge Raad verwierp dit middel omdat tegen kantonrechterlijke vonnissen zonder hoger beroep geen cassatieberoep mogelijk is wegens schending van het recht.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het eindvonnis van de kantonrechter en verwierp het cassatieberoep van eiser, die tevens verstek was verleend wegens zijn afwezigheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.