1 Ontleend aan r.ovv. 2.1-2.15 van het tussenvonnis van de kantonrechter van 11 februari 2000, waarnaar de rechtbank in rov. 6.3 van het tussenvonnis van 23 mei 2002 verwijst.
2 De eerste dagvaarding ging uit van FWZ en 275 natuurlijke personen; de tweede van nog eens 30 natuurlijke personen.
3 De kantonrechter spreekt over de sector Smit-Tak.
4 De cassatiedagvaarding is uitgebracht op 26 juni 2003.
5 Letterlijk: 'bepaalt dat tegen dit vonnis beroep in cassatie kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen'.
6 Asser-Hartkamp 4-II (2001), nr. 280, p. 274.
7 HR 13 maart 1981, nr. 11647, NJ 1981, 635, m.nt. CJHB, AA 1981, p. 355, m.nt. PvS.
8 Voor het eerst in de arresten HR 17 september 1993, nr. 15064, NJ 1994, 173 (Gerritse/Has) en HR 24 september 1993, nr. 15078, NJ 1994, 174, m.nt. PAS (Hol/EIM) en later herhaald/toegepast/uitgewerkt in HR 12 november 1993, nr. 15090, NJ 1994, 120 (Van Mechelen/Revalidatiecentrum Zuid-Oost Brabant), HR 3 mei 1996, nr. 15916, NJ 1996, 523 (Roland/SSFM), HR 19 december 1997, nr. 16481, NJ 1998, 300 (Vink en Zonen/ Stichting VUT Kantoormachinebranche), HR 3 september 1999, C98/056, NJ 1999, 734 (Vrolijk & Stoop/Biesboer), HR 10 september 1999, C98/018, JAR 1999, 233 (Gebroeders Smilde/Keizer), HR 21 december 2001, C00/080, JAR 2002, 20 (Jaartsveld's/SFB), HR 31 mei 2002, C00/186, NJ 2003, 110 (Ziekenhuis De Heel/Huisman), HR 28 juni 2002, C01/012, NJ 2003, 111, m.nt. Heerma van Voss (Buijsman/Motel Akersloot), HR 20 september 2002, C01/015, JAR 2002, 249 (Delta Transport/Voogd), HR 14 februari 2003, C01/347, NJ 2003, 301 (Stichting Thuiszorg/Bulters), HR 11 april 2003, C01/248, NJ 2003, 430 (Baron c.s./Terra Nigra) en HR 20 februari 2004, C02/219, JAR 2004, 83 (DSM-Chemie/Fox).
9 Deze uitlegmethode werd algemeen gezien als een uitzondering op de Haviltex-maatstaf, zie bijv. Asser-Hartkamp 4-II (2001), nr. 286, p. 282 en Valk, Rechtshandeling en overeenkomst, 2001, nr. 267a, p. 322.
10 Zie bijv. Wessels, Uitleg van CAO-bepalingen en arbeidstuchtrecht, NbBW 1993, p. 109; Van der Heijden, Uitleg van CAO-bepalingen, ArbeidsRecht 1994, nr. 1, pp. 3 en 4; Tjittes, De (on)vrijheid van de rechter bij de uitleg van contracten, in: Brunner-bundel, 1994, p. 409; Van Slooten, De aard en werking van het sociaal plan, SR 1995, p. 364; Kraamwinkel, Grammaticale uitleg van horizontale CAO-bepalingen, SMA 1997, p. 402; Duk, De Hoge Raad en uitleg van CAO's, SMA 1998, p. 471; Schut, CAO-recht langs lijnen van geleidelijkheid, SMA 1998, p. 224; Sagel, Grammaticale uitleg van CAO-bepalingen - een absoluut criterium?, ArbeidsRecht 2000, nr. 1, p. 23; Sagel, Het groeiende toepassingsgebied van de grammaticale uitleg, ArbeidsRecht 2000, nr. 11, p. 17; Tanja-van den Broek, Een kwestie van uitleg, WPNR 2002 (6493), p. 433 en Verhulp, De uitleg van CAO-bepalingen, ArA 2003, nr. 1, p. 11.
Vrijwel ieder van hen achtte het overigens wenselijk en, binnen de kaders die de Hoge Raad in Gerritse/HAS had gegeven (met name gezien de woorden 'in beginsel'), mogelijk de zuiver grammaticale maatstaf enigszins te nuanceren door aan te nemen dat andere interpretatiefactoren niet per definitie buiten werking werden gesteld.
11 Zie zijn conclusie onder 2.8 en 2.9 voor HR 26 mei 2000, C98/318, NJ 2000, 473 (ANF/FNV Bondgenoten). Zie ook zijn conclusie voor HR 31 mei 2002, C00/186, NJ 2003, 110 (Ziekenhuis De Heel/Huisman).
12 Zie bijv. A-G Mok in zijn conclusie onder 3.2.4.5 voor HR 21 december 2001, C00/080, JAR 2002, 20 (Jaartsveld's/SFB); A-G Spier in zijn conclusie onder 3.5.1 e.v. voor HR 28 juni 2002, C01/012, NJ 2003, 111, m.nt. Heerma van Voss (Buijsman/Motel Akersloot) en A-G Huydecoper in zijn conclusie in voetnoot 9 voor HR 20 september 2002, C01/015, JAR 2002, 249 (Delta Transport/Voogd). Vgl. al veel eerder: Valk, De grenzen van de Haviltexformule en de uitleg van algemene voorwaarden, NTBR 1994, p. 112.
13 HR 31 mei 2002, C00/186, NJ 2003, 110.
14 Sagel, De objectief-tekstuele uitleg van CAO-bepalingen: betekenis en reikwijdte (I), ArbeidsRecht 2003, nr. 11, p. 16.
15 HR 28 juni 2002, C01/012, NJ 2003, 111, m.nt. Heerma van Voss.
16 HR 20 september 2002, C01/015, JAR 2002, 249 (Delta Transport/Voogd), rov. 3.5.
17 HR 14 februari 2003, C01/347, NJ 2003, 301 (Stichting Thuiszorg/Bulters), rov. 3.7.
18 HR 11 april 2003, C01/248, NJ 2003, 430 (Baron/Terra Nigra), rov. 3.5.
19 HR 20 februari 2004, C02/219, JAR 2004, 83 (DSM-Chemie/Fox), r.ovv. 5.1 en 5.2.
20 Ibidem.
21 Ibidem.
22 HR 20 februari 2004, C02/219, JAR 2004, 83.
23 Dit was ook vóór de arresten Ziekenhuis De Heel/Huisman en Buijsman/Motel Akersloot waren gewezen.
24 Het middel verwijst, wat de appelfase betreft, naar de MvG, par. 23 en par. 24, alsmede naar de pleitnota van mr. Wybenga, par. 20.
25 Zie voor de Protocol-tekst hiervoor nr. 2.9, A-G.
26 FWZ c.s. verwijzen voorts naar de pleitnota bij de rechtbank van Mr. Wybenga, par. 23-31, in het bijzonder par. 26, waar de stellingen nader worden uitgewerkt en toegelicht.
27 Op de vraag welke winst in aanmerking ware te nemen, hebben de onderdelen 1-6 van het middel betrekking.