ECLI:NL:PHR:2004:AP4769
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kinderalimentatie bij verblijf kind in het buitenland met andere levensstandaard
In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal voor een kind dat in Brazilië woont, terwijl de vader in Nederland woont. De vrouw, die gezag over het kind voert, had een bijdrage van 1.000 gulden per maand gevorderd, welke door de rechtbank werd vastgesteld op €454 per maand. Het hof bekrachtigde dit deels en stelde dat de bijdrage ook na verhuizing naar Brazilië gehandhaafd bleef, ondanks het lagere minimumloon daar.
De man stelde cassatieberoep in tegen de hoogte van de alimentatie, met het argument dat de levensstandaard in Brazilië veel lager is dan in Nederland en dat de alimentatie daarom naar beneden bijgesteld zou moeten worden. Hij voerde aan dat de vrouw en het kind in Brazilië wonen en dat de bijdrage niet in verhouding staat tot de kosten aldaar.
De Hoge Raad oordeelde dat de behoefte van het kind wordt vastgesteld op basis van het inkomen van de vader en dat het verblijf in Brazilië geen reden is om de alimentatie te verlagen, mits de bijdrage daadwerkelijk ten goede komt aan het kind. Het hof had gemotiveerd dat het kind opgroeit in een familie die tot de financiële bovenlaag van de Braziliaanse bevolking behoort, waardoor de bijdrage passend is. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader tegen de vastgestelde kinderalimentatie wordt verworpen.