ECLI:NL:PHR:2004:AP8464
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ontvankelijkheid hoger beroep in verlenging gevangenhouding na wetswijziging
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen een beschikking tot afwijzing van verlenging van de gevangenhouding centraal. Het hof had het OM niet-ontvankelijk verklaard omdat geen appelmemorie met grieven was ingediend, terwijl het OM hoger beroep had ingesteld.
De advocaat-generaal stelde cassatieberoep in en voerde aan dat sinds de wetswijziging van 1 mei 1992 (Wet van 27 november 1991) het OM niet meer verplicht is om bij hoger beroep een schriftuur met grieven in te dienen. Deze wijziging was ingevoerd om onnodige vertraging te voorkomen en het onderscheid tussen schrifturen bij hoger beroep en cassatie te vereenvoudigen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof met zijn niet-ontvankelijkheidsverklaring zonder nadere motivering onbegrijpelijk heeft geoordeeld, omdat de wetsgeschiedenis duidelijk maakt dat het OM facultatief een appelmemorie kan indienen. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beslissing over het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het OM en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beslissing.