ECLI:NL:PHR:2004:AQ0547
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hypotheek en kredietovereenkomsten wegens geestelijke stoornis en ontbreken volmacht
Deze zaak betreft een geschil tussen Fortis Bank en de erfgenamen van een overleden man die wegens een cerebrovasculair accident geestelijk niet in staat was zijn wil te bepalen. De bank had hypotheken en kredietovereenkomsten gesloten op basis van een volmacht die door de vader was verleend terwijl hij geestelijk niet wilsbekwaam was.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de vader onder invloed van een geestelijke stoornis handelde bij het verlenen van de volmacht en het vestigen van hypotheken. De bank mocht niet vertrouwen op de volmacht omdat zij op de hoogte was van het nadeel voor de vader en onvoldoende bewijs leverde dat zij in redelijkheid mocht uitgaan van een geldige volmacht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de bank en bevestigde dat de vernietiging van de hypotheekakten en kredietovereenkomsten terecht was. Tevens werd geoordeeld dat de verjaringstermijn niet was verstreken omdat de dochter pas later op de hoogte was van de rechtshandelingen en de geestelijke stoornis. De bank kon zich niet beroepen op bescherming wegens gerechtvaardigd vertrouwen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de hypotheek- en kredietovereenkomsten vernietigbaar zijn wegens geestelijke stoornis en ontbreken van een geldige volmacht, en wijst het cassatieberoep van de bank af.