ECLI:NL:PHR:2004:AQ3055
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen stil pandrecht gevestigd door deponering onderhandse pandakte bij notaris zonder registratie
De zaak betreft een geschil tussen eiseres, die juridische bijstand verleende aan Bouwpartners Projectdetachering B.V., en de curator in het faillissement van Bouwpartners. Eiseres had een stil pandrecht op vorderingen van Bouwpartners bedongen via een onderhandse pandakte die bij een notaris werd gedeponeerd. De curator betwistte de vestiging van het pandrecht omdat de pandakte niet tijdig was geregistreerd bij de belastingdienst.
Het hof oordeelde dat deponering bij de notaris niet gelijkstaat aan registratie in de zin van de Registratiewet 1970 en dat registratie bij de belastingdienst noodzakelijk is voor vestiging van een stil pandrecht op een onderhandse akte. De pandakte was pas na het faillissement geregistreerd, waardoor Bouwpartners niet meer bevoegd was tot verpanding.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatiemiddel van eiseres. De Raad benadrukte dat de wettelijke registratievereiste alleen kan worden vervuld door inschrijving in de registers van de belastingdienst en niet door het opmaken van een akte van depot bij een notaris. Het belang van de aanbieder om zelf de dag van registratie te bepalen kan niet leiden tot een afwijkende interpretatie van de wet.
Hierdoor is geen stil pandrecht gevestigd ten gunste van eiseres op de vorderingen van Bouwpartners op haar debiteuren.
Uitkomst: Geen stil pandrecht gevestigd omdat registratie van de pandakte pas na faillissement plaatsvond en deponering bij notaris geen registratie vervangt.