ECLI:NL:PHR:2004:AQ8089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsbedrog en het verval van recht op schadevergoeding bij partieel onjuiste schadeaangifte
De zaak betreft een geschil tussen eiseres en London Verzekeringen N.V. over de uitkering van een inboedelverzekering na een diefstal. Eiseres had bij de schadeaangifte vervalste nota's overgelegd, waarvan zij wist dat deze onjuist waren. De verzekeraar weigerde uitkering op grond van polisvoorwaarden die verval van recht bij opzettelijke misleiding voorschrijven.
De rechtbank wees het beroep van de verzekeraar op niet-nakoming van polisverplichtingen deels af, maar stond toe dat de verzekeraar bewijs leverde dat eiseres opzettelijk onjuiste gegevens had verstrekt. Het hof oordeelde dat vaststond dat eiseres wist van de vervalsing en bevestigde dat verzekeringsbedrog leidt tot algeheel verval van het recht op uitkering, zonder bijzondere omstandigheden die dit konden wijzigen.
In cassatie stelde eiseres dat het hof onjuiste maatstaven hanteerde en onvoldoende motiveerde waarom partieel bedrog tot volledig verval leidt. De Hoge Raad verwierp de klachten over bewijswaardering en bevestigde de regel dat verzekeringsbedrog in principe algeheel verval tot gevolg heeft, maar stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de geringe omvang van de fraude geen bijzondere omstandigheid vormt om een uitzondering toe te passen. De zaak is daarom vernietigd en verwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling met aandacht voor bijzondere omstandigheden bij partieel verzekeringsbedrog.