ECLI:NL:PHR:2004:AQ8461
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt ontoelaatbaarverklaring uitleveringsverzoek wegens onvoldoende feitomschrijving
In deze zaak betreft het een uitleveringsverzoek van België gericht op de uitlevering van een persoon wegens valsheid in geschriften, gebruik en oplichting. De rechtbank te Assen verklaarde het verzoek in eerste instantie ontoelaatbaar vanwege een te summiere feitomschrijving, waardoor niet kon worden beoordeeld of sprake was van strafbare gedragingen volgens het Beneluxverdrag.
Na toevoeging van het Belgische strafdossier aan het verzoek, handhaafde de rechtbank de ontoelaatbaarverklaring omdat volgens haar niet duidelijk was voor welke feiten uitlevering werd gevraagd. De Officier van Justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een verkeerde uitleg gaf aan art. 11, tweede lid, onder b, juncto art. 12 van Pro het Beneluxverdrag. Het toegezonden strafdossier moet worden gezien als noodzakelijke aanvulling op de feitomschrijving, zodat de Nederlandse autoriteiten kunnen beoordelen of de feiten strafbaar zijn. De aanwezigheid van meer feiten in het dossier dan in de feitomschrijving doet hieraan niet af.
De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis en beveelt de rechtbank aan om opnieuw te oordelen over de toelaatbaarheid van het uitleveringsverzoek, waarbij het strafdossier in de beoordeling moet worden betrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en beveelt hernieuwde beoordeling van de toelaatbaarheid van het uitleveringsverzoek met inachtneming van het strafdossier.