ECLI:NL:PHR:2004:AQ8921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overschrijding redelijke termijn in profijtontnemingszaak
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het hof stelde dat de overschrijding van ruim drie jaar tussen het instellen van hoger beroep en de uitspraak en de elf maanden tussen het instellen van hoger beroep en het inkomen van stukken zodanig waren dat niet-ontvankelijkheid gerechtvaardigd was.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. Hij betoogde dat het hof ten onrechte tot niet-ontvankelijkheid was gekomen en dat het oordeel onvoldoende was gemotiveerd. Volgens vaste jurisprudentie leidt overschrijding van de redelijke termijn in de regel tot strafvermindering en alleen in uitzonderlijke gevallen tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had voldaan aan de zware motiveringsplicht die geldt voor een dergelijke uitzonderlijke beslissing. Het hof had bijzondere omstandigheden moeten aangeven die niet-ontvankelijkheid rechtvaardigen, maar had dit nagelaten. Ook was het oordeel van het hof over de berekening van de redelijke termijn onjuist.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en afdoening van het beroep op de bestaande stukken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest dat het OM niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwijst de zaak terug naar het hof.