ECLI:NL:PHR:2004:AQ8933

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00684/04 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 SvArt. 445 SvArt. 446 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking cassatiemogelijkheid OM tegen beschikkingen op bezwaarschriften verdachte

In deze zaak heeft de rechtbank te Breda bij beschikking een bezwaarschrift van de verdachte tegen de onthouding van processtukken deels niet-ontvankelijk, deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Het Openbaar Ministerie stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie gewezen op de wettelijke beperkingen van het cassatierecht van het OM.

Volgens art. 445 Sv Pro is beroep in cassatie tegen beschikkingen slechts mogelijk in de gevallen die het Wetboek van Strafvordering bepaalt. Art. 446 Sv Pro geeft het OM alleen cassatierecht tegen beschikkingen waarbij een vordering krachtens het Wetboek van Strafvordering niet is toegewezen. In deze zaak betreft het een beschikking op een bezwaarschrift van de verdachte ex art. 32 Sv Pro, waarvoor geen vordering van het OM is ingesteld.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het OM niet ontvankelijk is in het cassatieberoep tegen deze beschikking. Er is geen bijzondere wettelijke bepaling die het OM een rechtsmiddel geeft tegen dergelijke beschikkingen. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep van het OM niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen de beschikking op het bezwaarschrift van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie

Nr. 00684/04 B
Mr Jörg
Zitting 31 augustus 2004
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De rechtbank te Breda heeft bij beschikking van 30 januari 2004 een bezwaarschrift tegen de onthouding van processtukken deels niet-ontvankelijk, deels gegrond en deels ongegrond verklaard, een en ander als in de beschikking vermeld.
2. Tegen deze beschikking heeft het openbaar ministerie beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Ingevolge art. 445 Sv Pro staat tegen beschikkingen geen hoger beroep of beroep in cassatie open dan in de gevallen bij het Wetboek van Strafvordering bepaald. Ingevolge art. 446, tweede lid, Sv, gelezen in samenhang met art. 446, eerste lid, Sv, staat - voor zover thans van belang - voor het openbaar ministerie beroep in cassatie open tegen alle beschikkingen van de rechtbank waarbij een krachtens het Wetboek van Strafvordering genomen vordering niet is toegewezen. Van een dergelijke vordering is in de onderhavige zaak - die betrekking heeft op een door een verdachte ingediend bezwaarschrift als bedoeld in art. 32 Sv Pro - geen sprake. Een bijzondere bepaling die hier het OM wel een rechtsmiddel geeft heb ik niet gevonden. De officier van justitie kan daarom niet in het beroep worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG