ECLI:NL:PHR:2004:AQ8936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bezit en verspreiding van kinderporno met kennelijk minderjarige personen
Verzoeker is door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens verschillende overtredingen van het oude art. 240b Sr, waaronder bezit, verspreiding en verkoop van kinderporno. Het hof stelde vast dat verzoeker via zijn internetbedrijf meerdere CD-roms en andere gegevensdragers met afbeeldingen van seksuele gedragingen van personen die kennelijk jonger dan 16 jaar waren, in voorraad had en verspreidde.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet noodzakelijk is dat de werkelijke leeftijd van de afgebeelde personen onder de 16 jaar ligt, maar dat het erom gaat of het kind er jonger dan 16 uitziet. Het relaas van verbalisanten dat zij afbeeldingen als kinderporno hebben aangemerkt, is onvoldoende bewijs zonder onderliggende motivering, tenzij de rechter zelf de afbeeldingen heeft kunnen beoordelen.
De bewezenverklaringen betreffen onder meer een groot aantal CD's met bonustracks waarin mappen met 'tieners' en kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen, lokteksten op de website gericht op kinderporno, en specifieke foto- en filmopnamen van seksuele gedragingen van kennelijk minderjarige personen.
Verzoekers middelen van cassatie, gericht op de motivering van de bewezenverklaring en het begrip 'kennelijk' in art. 240b Sr, worden verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat de motivering van het hof toereikend is en dat de bewezenverklaring geen nadere motivering behoeft. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling wegens bezit en verspreiding van kinderporno met kennelijk minderjarige personen.