ECLI:NL:PHR:2004:AR0309
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling en verjaring bij beheer en onverschuldigde betaling in familiecontext
De zaak betreft een vordering van eiseres tot terugbetaling van een bedrag van ƒ 20.923,24 dat van de rekening van haar overleden echtgenoot werd overgeboekt naar een 'en/of'-girorekening van haar moeder en verweerder, haar broer. Eiseres stelde dat dit bedrag onrechtmatig was toe-eigend door verweerder, al dan niet met gebruikmaking van een volmacht, en vorderde terugbetaling.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de vordering verjaard was, omdat eiseres kort na de overboeking bekend was met het bestaan van de vordering en de ontvanger, en zij pas na vijf jaar actie ondernam. Het hof verwierp ook de stelling van eiseres dat sprake was van een afspraak om het bedrag te parkeren op de gezamenlijke rekening, omdat zij dit niet met feiten onderbouwde.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte een te beperkte lezing gaf aan de stellingen van eiseres en onvoldoende rekening hield met haar subjectieve perceptie omtrent de rechtsgrond van de betaling. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd wanneer eiseres bekend was met de onrechtmatige daad en dat de onttrekking van het geld door verweerder aan de gezamenlijke rekening als onrechtmatige daad kan gelden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing, waarbij onder meer de verjaring en de aard van de rechtsverhouding nader moeten worden onderzocht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.