ECLI:NL:PHR:2004:AR1830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest onttrekking wapen bij veroordeling deelneming organisatie harddrugshandel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin verdachte is veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf waarvan vijf voorwaardelijk wegens deelneming aan een organisatie die zich bezighield met handel in cocaïne en heroïne.
Het hof heeft tevens verbeurdverklaard een geldbedrag en onttrekking aan het verkeer gelast van een inbeslaggenomen wapen dat bij het onderzoek werd aangetroffen. De Hoge Raad beoordeelt de motivering van het hof met betrekking tot de verbeurdverklaring van het geldbedrag als toereikend, mede omdat verdachte daartegen geen verweer heeft gevoerd.
Echter, de Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het wapen onttrokken moest worden aan het verkeer op grond van art. 36d Sr. Volgens de jurisprudentie moet het wapen kunnen dienen tot het begaan of voorbereiden van soortgelijke feiten, maar overtredingen van de Wet wapens en munitie behoren niet tot dezelfde categorie als overtredingen van de Opiumwet. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de onttrekking aan het verkeer van het wapen betreft.
De Hoge Raad laat de rest van het arrest in stand en geeft aan dat een zelfstandige vordering tot onttrekking van het wapen kan worden ingediend. Tevens wordt opgemerkt dat de procedurele mogelijkheid tot 'niet in staat verklaren' bij art. 353 Sv Pro (oud) ontbreekt, wat in de praktijk tot problemen leidt bij de teruggave van wapens.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het arrest voor het deel van de onttrekking aan het verkeer van het wapen en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de onttrekking aan het verkeer van het wapen wegens onvoldoende motivering; de rest van het arrest blijft in stand.