ECLI:NL:PHR:2004:AR2067
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op psychische overmacht wegens culpa in causa
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere ernstige strafbare feiten, waaronder medeplegen van moord. Verdachte voerde in hoger beroep psychische overmacht aan, stellende dat hij door de druk van een medeverdachte en zijn beperkte mentale vermogens niet in staat was weerstand te bieden.
Het hof verwierp dit verweer op grond dat verdachte zich verwijtbaar in de situatie had gebracht door vrijwillig mee te gaan met de medeverdachte, ondanks zijn kennis van diens criminele achtergrond en de risico's. De deskundige stelde vast dat verdachte een bewustzijnsvernauwing had, maar dat dit niet leidde tot volledige ontoerekenbaarheid, slechts tot vermindering daarvan.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht het beroep op psychische overmacht verwierp en dat het hof de culpa in causa-redenering mocht toepassen omdat eerst was vastgesteld dat geen strafuitsluitingsgrond bestond. De veroordeling bleef in stand en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep op psychische overmacht werd verworpen en verdachte werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf.