ECLI:NL:PHR:2004:AR2393
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt formele rechtskracht beslissing UWV over arbeidsongeschiktheid ondanks gebruik term psychopaat
De zaak betreft de beoordeling van het gebruik van de term 'psychopaat' in medische rapportages die ten grondslag lagen aan de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan eiser in 1971. Eiser werd sindsdien als 80 tot 100% arbeidsongeschikt beschouwd, mede op basis van een rapport van de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) waarin hij als 'psychopaat' werd bestempeld. Eiser stelde dat deze term onterecht was en dat het UWV tekort was geschoten in haar zorgvuldigheidsverplichting door hem onvoldoende te informeren en medisch te onderzoeken.
De rechtbank en het hof Amsterdam verwierpen de vorderingen van eiser, stellende dat het UWV niet lichtvaardig had gehandeld bij de beslissing van 1971 en dat eiser onvoldoende stappen had ondernomen om herkeuring te vragen. Ook werd geoordeeld dat het UWV niet aansprakelijk kon worden gehouden voor de gebruikte terminologie in het GMD-rapport, aangezien het UWV en de GMD niet met elkaar kunnen worden vereenzelvigd.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en benadrukt de formele rechtskracht van de beslissing uit 1971, waarbij niet alleen de inhoud maar ook de wijze van totstandkoming wordt betrokken. De Hoge Raad wijst erop dat de term 'psychopaat' niet door opvolgende deskundigen werd bevestigd en dat het UWV niet aansprakelijk is voor de terminologie van de GMD. Tevens is onvoldoende gebleken dat eiser belang had bij een nadere rectificatie of medische rehabilitatie.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee de eerdere uitspraken in stand blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het UWV niet aansprakelijk is voor het gebruik van de term 'psychopaat' en dat de beslissing van 1971 formele rechtskracht heeft.