ECLI:NL:PHR:2004:AR2395
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing Egyptisch recht op alimentatie en verzorgingsbijdrage in internationale alimentatiezaak
In deze internationale alimentatiezaak ging het om de vraag welke alimentatieregeling van toepassing is tussen een vader met de Nederlandse nationaliteit en een moeder met de Egyptische nationaliteit, na hun echtscheiding volgens Egyptisch recht. Het kind verblijft bij de moeder in Nederland, terwijl het gezag volgens Egyptisch recht aan de vader is toegekend.
De moeder vorderde bij Nederlandse rechtbanken een hogere alimentatie dan de eerder overeengekomen 400 Egyptische ponden per maand. De rechtbanken pasten het Haags Alimentatieverdrag toe en oordeelden dat Egyptisch recht van toepassing is. De moeder kreeg een bijdrage voor het kind, maar geen partneralimentatie, aangezien Egyptisch recht die niet kent.
Het gerechtshof Amsterdam vernietigde een eerdere beschikking en stelde een beperkte uitkering van 85 euro per maand vast voor de moeder in haar hoedanigheid als verzorgster van het kind, waarbij het hof het onderscheid maakte tussen alimentatie voor de moeder als ex-echtgenote en als verzorgster van het kind.
De vader stelde cassatie in tegen dit oordeel, maar de Hoge Raad verwierp zijn middelen en bevestigde dat het hof de juiste rechtsregels toepaste, dat het hof de financiële draagkracht van de vader in aanmerking nam en dat het hof de hoogte van de uitkering conform Egyptisch recht had vastgesteld. Ook het incidenteel cassatieberoep van de moeder werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde de beschikking van het hof waarin de vader een beperkte uitkering aan de moeder als verzorgster van het kind moet betalen.