ECLI:NL:PHR:2004:AR2435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van detentieregime drugskoerier en bewijs cocaïne-invoer
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk invoeren van ongeveer 4,9808 kilogram cocaïne. In cassatie werd betoogd dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat alle in beslag genomen pakketten cocaïne bevatten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof uit de bewijsmiddelen terecht kon afleiden dat alle pakketten cocaïne bevatten, ook al was dat niet voor elk pakket afzonderlijk expliciet vastgesteld.
Daarnaast voerde de raadsman van verdachte aan dat het detentieregime op grond van de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod, omdat drugskoeriers aan een soberder regime worden onderworpen dan andere gedetineerden. De Hoge Raad bevestigde dat dit regime geen reden vormt voor strafvermindering en dat het onderscheid gerechtvaardigd is door de noodsituatie veroorzaakt door de grote toename van drugskoeriers.
Ten slotte werd het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen. De Hoge Raad stelde dat de voorlopige hechtenis rechtmatig was en dat de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf. Het beroep werd verworpen, waarmee de veroordeling en het detentieregime standhouden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling en het detentieregime blijven gehandhaafd.