ECLI:NL:PHR:2004:AR3001
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig indienen cassatieschrift
Verzoeker werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot betaling van een geldbedrag, met subsidiair een hechtenisstraf. Tegen dit vonnis werd cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Volgens de wettelijke voorschriften diende het cassatieschrift binnen twee maanden na aanzegging te worden ingediend door de raadsman van verzoeker. Deze termijn is niet nageleefd, doordat door een misverstand geen schriftuur werd ingediend.
Hoewel de raadsman ter zitting een mondelinge toelichting gaf en een schriftelijke toelichting overhandigde, kan dit niet worden aangemerkt als een tijdig ingediend cassatieschrift. De Hoge Raad oordeelt dat de mogelijkheid om cassatiemiddelen schriftelijk toe te lichten niet bedoeld is om nieuwe klachten in te dienen na het verstrijken van de termijn.
Daarom wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep, omdat niet is voldaan aan de vereiste indieningstermijn van het cassatieschrift zoals voorgeschreven in art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h Sv.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het cassatieschrift.