ECLI:NL:PHR:2004:AR3217
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot horen getuigen in cassatie strafzaak ontucht minderjarige
In deze strafzaak is verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor ontucht met zijn minderjarige kind. De verdediging stelde in cassatie dat het hof niet had gereageerd op een verzoek tot het horen van vier getuigen, waaronder familieleden en betrokkenen die mogelijk relevant konden verklaren.
De Hoge Raad overweegt dat het verzoek tot het horen van getuigen onvoldoende stellig en duidelijk was geformuleerd om een verplichting tot het horen van deze getuigen op grond van art. 330 Sv Pro te doen ontstaan. Het hof had de verklaringen van de reeds gehoorde getuigen, waaronder het slachtoffer en familieleden, gemotiveerd als betrouwbaar beoordeeld en zag daarom geen noodzaak tot het horen van aanvullende getuigen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet verplicht was om expliciet te reageren op het verzoek en dat het achterwege blijven van een beslissing op het verzoek niet leidt tot nietigheid van het onderzoek. Het cassatieberoep faalt en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.