ECLI:NL:PHR:2004:AR3230
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens openlijke geweldpleging met letsel op openbare weg te Rotterdam
Op 27 april 2001 heeft verdachte samen met anderen op de openbare weg te Rotterdam geweld gepleegd tegen drie slachtoffers. Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte onder meer meerdere malen heeft geschopt en geslagen, wat heeft geleid tot diverse lichamelijke letsels bij de slachtoffers, waaronder hersenschudding, bewusteloosheid en bloeduitstortingen.
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens openlijke geweldpleging met letsel. In cassatie werden meerdere middelen aangevoerd, waaronder overschrijding van de redelijke termijn en onvoldoende bewijs dat het geweld van verdachte zelf het letsel heeft veroorzaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring, ondanks het gebruik van alternatieven ('en/of'), voldoende is onderbouwd door bewijsmiddelen waaruit blijkt dat verdachte zelf het letsel heeft toegebracht. Tevens werd geoordeeld dat de redelijke termijn niet is overschreden omdat de cassatie binnen een redelijke termijn werd behandeld.
Verder werd bevestigd dat de zwaardere strafbedreiging uit art. 141 lid 2 Sr Pro alleen geldt voor degene die persoonlijk het letsel heeft toegebracht, en niet voor mededaders. Het verweer dat de term 'in vereniging' kwalificatief is en onvoldoende omschreven, werd verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vier maanden gevangenisstraf wegens openlijke geweldpleging met letsel.