ECLI:NL:PHR:2004:AR3264
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering bewaring bolletjesslikker wegens beleidsmatige niet-vervolging
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die het hoger beroep van de OvJ tegen de afwijzing van een vordering tot bewaring van een bolletjesslikker ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 67a, derde lid, Sv een bevel tot voorlopige hechtenis achterwege moet blijven wanneer ernstig rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid dat verdachte niet zal worden vervolgd of geen vrijheidsstraf zal krijgen.
De rechtbank baseerde zich op het beleid van het OM, waarbij drugskoeriers met minder dan drie kilogram cocaïne en zonder relevante documentatie niet worden vervolgd. Dit beleid werd bevestigd door een brief van de hoofdofficier van justitie. De rechtbank achtte het uitgesloten dat een slikker meer dan drie kilogram cocaïne kon vervoeren en concludeerde dat de vordering tot bewaring terecht was afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst het cassatieberoep af. De Raad oordeelt dat de rechtbank geen onjuiste uitleg gaf aan artikel 67a, derde lid, Sv, noch het vervolgingsmonopolie van het OM heeft geschonden. Ook is vastgesteld dat inbeslagneming van verboden voorwerpen geen grond is voor voorlopige hechtenis. De beslissing is daarmee rechtsgeldig en zorgvuldig gemotiveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de vordering tot voorlopige hechtenis.