ECLI:NL:PHR:2004:AR3642
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid privaatrechtelijk bestemmingsbeding en afwijzing beroep op onvoorziene omstandigheden
De gemeente Amsterdam verkocht in 1970 een terrein met een bestemmingsbeding voor scheepswerfactiviteiten en een terugkooprecht. Dit beding werd doorgegeven aan opvolgende eigenaren, waaronder Chidda c.s., die het terrein in 1997 kochten. Chidda c.s. wensten het terrein te gebruiken voor cacao-opslag, wat strijdig was met het bestemmingsbeding. De gemeente handhaafde het beding en vorderde naleving.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente het beding misbruikte door het terrein voor een lage prijs terug te willen kopen, maar het hof stelde dat de gemeente een redelijk belang had bij handhaving, mede vanwege financieel-economische belangen bij grondexploitatie. Het hof verwierp ook het beroep van Chidda c.s. op onvoorziene omstandigheden, omdat zij het beding kenden en de waardedruk in de koopprijs was verwerkt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De Raad stelde dat privaatrechtelijke bestemmingsbedingen toegestaan zijn en niet in strijd met de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente mag ook financieel-economische belangen laten meewegen. Het beroep op onvoorziene omstandigheden faalt omdat het beding bij de koop bekend was en de waardedruk was verdisconteerd. Misbruik van bevoegdheid werd niet vastgesteld. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de geldigheid van het bestemmingsbeding en de afwijzing van de vorderingen van Chidda c.s.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de geldigheid van het privaatrechtelijke bestemmingsbeding en wijst het beroep van Chidda c.s. af.