ECLI:NL:PHR:2004:AR3660
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid betekening dagvaarding wegens onjuiste adresgegevens en onvoldoende onderzoek
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. De kern van het cassatieberoep betrof de geldigheid van de betekening van de dagvaarding. De dagvaarding was aangeboden op een adres waar verdachte volgens de GBA was ingeschreven, maar niet uitgereikt omdat verdachte daar niet woonde. Vervolgens werd de dagvaarding aan de griffier uitgereikt en als gewone brief naar dat adres verzonden.
Uit stukken bleek dat verdachte op het moment van verzending niet meer op dat adres stond ingeschreven, maar was uitgeschreven met de status 'vertrokken onbekend waarheen'. Het hof had het verweer van nietigheid van de dagvaarding verworpen met verwijzing naar een GBA-overzicht dat verdachte nog ingeschreven zou zijn. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of verdachte gedetineerd was of een feitelijke woon- of verblijfplaats had, terwijl dit volgens eerdere jurisprudentie noodzakelijk is bij onduidelijkheid over het adres.
De Hoge Raad verklaart het middel gegrond en vernietigt het arrest van het hof, behoudens het vonnis van de politierechter. De dagvaarding wordt nietig verklaard wegens niet-naleving van de voorgeschreven betekeningprocedure. Dit arrest benadrukt het belang van zorgvuldig onderzoek naar de verblijfplaats van de verdachte bij betekening van processtukken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de dagvaarding wordt nietig verklaard wegens onjuiste betekening.