ECLI:NL:PHR:2004:AR4036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid arbeidsongeschiktheidsverzekering wegens verzwijging medische gegevens
Eiser was van 1982 tot 1995 verzekerd via een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale Nederlanden, waarbij de verzekerde som in 1989 en 1990 werd verhoogd na medische keuringen en nieuwe aanvraagformulieren. Eiser had bij het sluiten en bij de verhogingen verzwijgd dat hij in 1961 was opgenomen wegens vermoedens van schizofrenie en dat hij in de jaren 1985 en 1988-1990 psychische behandelingen had ondergaan.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich schuldig had gemaakt aan verzwijging en dat Nationale Nederlanden zich op artikel 251 K kon beroepen voor de verhogingen in 1989 en 1990, maar niet voor de oorspronkelijke verzekering in 1982. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat in 1989 en 1990 telkens een nieuwe verzekeringsovereenkomst werd gesloten waarop artikel 251 K van toepassing was. Het hof vond aannemelijk dat de verzekeraar de verzekering niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten indien de juiste informatie was verstrekt.
De Hoge Raad toetste de zaak en verwierp de cassatieberoepen van eiser, waarbij hij bevestigde dat de vragen op het aanvraagformulier redelijkerwijs moesten worden begrepen als een verzoek om volledige medische en psychische informatie. Het bewijsaanbod van eiser werd als te vaag en niet ter zake dienend gepasseerd. De Hoge Raad bevestigde dat het beroep van Nationale Nederlanden op artikel 251 K terecht was en dat de verzekering nietig was wegens verzwijging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verzekering nietig is wegens verzwijging van relevante medische gegevens door eiser.