ECLI:NL:PHR:2004:AR4151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg en toepassing anti-speculatiebeding in aandelenovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen Ampatil B.V. en [verweerder] over de uitleg en toepassing van artikel 12 lid 3 en Pro 5 van een aandelenovereenkomst uit 1991, waarin een anti-speculatiebeding en een boetebepaling zijn opgenomen. [Verweerder] vordert betaling van een boete wegens vermeende schending van de aanbiedingsplicht van aandelen.
De rechtbank wees de vordering af op grond van redelijkheid en billijkheid, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde Ampatil tot betaling. Het hof ging uit van de uitleg van [verweerder] dat het beding niet louter een anti-speculatiebeding was, maar ook gericht was op het weren van [betrokkene 3]. Ampatil mocht tegenbewijs leveren, maar slaagde daar niet in.
De Hoge Raad beoordeelt de uitleg van het beding aan de hand van de Haviltex-maatstaf en bevestigt dat het hof de bewijslastverdeling correct heeft toegepast. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende aandacht heeft besteed aan de door Ampatil aangevoerde omstandigheden die toepassing van de boetebepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kunnen maken. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.