ECLI:NL:PHR:2004:AR4923
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over toelaatbaarheid uitlevering wegens betrokkenheid bij invoer en gebruik van hasjiesj, amfetamine en ecstasy
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van Noorwegen gericht tegen een persoon die wordt verdacht van betrokkenheid bij de invoer van hasjiesj, amfetamine en ecstasy, alsmede het gebruik van hasjiesj. De Rechtbank Amsterdam had de uitlevering toelaatbaar verklaard, maar had nagelaten een beslissing te nemen over het roken van hasjiesj en had geen uitzondering gemaakt voor de proceskostenveroordeling.
De Hoge Raad oordeelt dat het gebruik van niet meer dan 30 gram hasj in Nederland strafbaar is, omdat het roken het aanwezig hebben impliceert. Daarom is uitlevering ook toelaatbaar voor het roken van hasjiesj. Daarnaast stelt de Hoge Raad vast dat de term 'medeplichtigheid' in het Noorse strafrecht een verzamelbegrip is voor deelneming, wat in Nederland als medeplegen wordt gekwalificeerd.
Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk voor zover het ziet op het bevel tot gevangenhouding. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam voor zover deze geen beslissing nam over het roken van hasjiesj en de proceskostenveroordeling, en stelt dat uitlevering voor de proceskostenveroordeling ontoelaatbaar is. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt deels het vonnis en verklaart uitlevering toelaatbaar voor roken van hasjiesj en ontoelaatbaar voor proceskostenveroordeling.