ECLI:NL:PHR:2004:AR4947
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering ontnemingsbedrag wegens onvoldoende bewijs mensensmokkel naar Italië
In deze zaak betrof het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan verzoeker ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was opgelegd van € 6.421,98, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. Verzoeker had verklaard negen personen uit China naar Europa te hebben gesmokkeld en daarvoor bedragen ontvangen, waaronder ook vergoeding voor het begeleiden van twee Chinese meisjes naar Italië.
Het hof had het voordeel geschat op basis van deze verklaringen, maar de Hoge Raad constateert dat noch de bewezenverklaring in de onderliggende strafzaak, noch de bewijsmiddelen iets zeggen over de begeleiding van de meisjes naar Italië. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit voordeel onder de bewezenverklaring van deelname aan een criminele organisatie valt.
Daarnaast is het feit dat de begeleiding plaatsvond buiten Nederland en verzoeker niet de Nederlandse nationaliteit bezit, relevant voor de toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor nieuwe behandeling, waarbij het ontnemingsbedrag door de Hoge Raad zelf wordt verminderd.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nieuwe behandeling met vermindering van het ontnemingsbedrag.