ECLI:NL:PHR:2004:AR5100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste rechtsopvatting over belemmering politieambtenaar
Verdachte werd door het hof vrijgesproken van het tenlastegelegde belemmeren van een politieambtenaar bij de uitvoering van diens wettelijke taak. Het hof vond dat het enkele geven van een harde duw aan een politieambtenaar geen verdenking van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit opleverde. De advocaat-generaal stelde cassatie in tegen deze vrijspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. De feiten, waaronder het geven van een harde duw die de politieambtenaar deed achteruitstappen, leverden wel degelijk een redelijk vermoeden van schuld op aan een strafbaar feit zoals bedoeld in art. 180, 184 en/of 326 Sr. De politie was ter plaatse in het kader van haar wettelijke taak op grond van art. 2 Politiewet Pro en werd belemmerd in de uitvoering daarvan.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de vrijspraak van een essentieel onderdeel van de tenlastelegging, namelijk de verdenking van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, niet tot een integrale vrijspraak moest leiden. De precisering van het handelen van de ambtenaar is geen essentieel bestanddeel van de tenlastelegging. Ook was het niet aan verdachte om de rechtmatigheid van de aanhouding te beoordelen, tenzij het politieoptreden evident onrechtmatig was, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere berechting en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere berechting.