ECLI:NL:PHR:2004:AR5404
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergoeding meerwerk bij bouw volgens gewijzigde tekening
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een woonhuis, waarbij onduidelijkheid bestond over de toepasselijke bouwtekening: B1 of de gewijzigde B01. De aannemer stelde dat zij de offerte op basis van tekening B1 had uitgebracht en pas na contractsluiting de gewijzigde tekening B01 ontving, waarop het meerwerk was gebaseerd.
Het hof oordeelde dat de aannemer geslaagd was in haar bewijs dat zij bij het berekenen van de aanneemsom geen rekening kon houden met tekening B01 omdat deze haar niet tijdig was verstrekt. Dit leidde tot de conclusie dat de opdrachtgever het meerwerk op basis van tekening B01 moest vergoeden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de opdrachtgever, bevestigde het oordeel van het hof en vond geen onbegrijpelijke of onjuiste motivering in de bewijswaardering. De aannemer mocht op grond van de overeenkomst en de feitelijke omstandigheden vergoeding van het meerwerk vorderen.
De procedure kenmerkte zich door uitgebreide bewijslevering, waaronder getuigenverklaringen en notariële verklaringen, en een gedetailleerde toetsing van de contractuele bepalingen en de uitleg daarvan. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot cassatie en handhaafde de uitspraak van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aannemer recht heeft op vergoeding van meerwerk op basis van bouwtekening B01.