ECLI:NL:PHR:2004:AR6026
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt afwijzing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende motivering
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, welke werd afgewezen wegens niet te goeder trouw handelen bij het ontstaan van een schuld aan de Sociale Dienst. De rechtbank en het hof oordeelden dat verzoekster bewust de inkomsten van haar toenmalige echtgenoot had verzwegen, terwijl beiden een uitkering ontvingen.
Verzoekster stelde in hoger beroep dat zij zich niet bewust was van haar verantwoordelijkheid en dat zij haar eigen inkomsten wel correct had opgegeven en een terugbetalingsregeling had getroffen. De Hoge Raad overweegt dat het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de afwijzing op grond van artikel 288 lid 2 sub Pro b F, maar dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door verzoekster aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om tot toewijzing te komen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling. Het arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij de toepassing van de facultatieve afwijzingsgrond in de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof.