ECLI:NL:PHR:2004:AR6361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing meerderjarigenstrafrecht en afwijzing cassatie wegens overschrijding redelijke termijn
Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, voor diverse inbraken, vuurwapenmisdrijven en deelname aan een criminele organisatie. De benadeelde partijen zijn deels in hun vorderingen toegewezen, met bijbehorende schadevergoedingsmaatregelen en onttrekking van wapens aan het verkeer.
Het cassatieberoep richt zich op de overschrijding van de inzendtermijn van stukken na het instellen van het cassatieberoep, wat volgens de verdediging het recht op een behandeling binnen redelijke termijn schendt. De Hoge Raad constateert dat de stukken te laat zijn ingediend, waardoor de termijn van acht maanden is overschreden.
Omdat verdachte ten tijde van de feiten minderjarig was, gelden kortere termijnen voor de redelijke termijn. De Hoge Raad beoordeelt dat de overschrijding niet gecompenseerd kan worden door een snelle afdoening binnen veertien maanden, maar dat de zaak wel voortvarend is behandeld sinds de aanhouding. Het hof heeft terecht het meerderjarigenstrafrecht toegepast gezien het gedrag en de omstandigheden van verdachte.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat geen reden bestaat voor strafvermindering en dat het cassatieberoep moet worden verworpen. Er zijn geen andere gronden voor cassatie aangetroffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft ongewijzigd.