ECLI:NL:PHR:2005:AQ0526
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van accijnsheffing bij koop op afstand en vervoer door derden van wijn door groep particulieren
Belanghebbende, vertegenwoordiger van een groep van circa 70 particulieren, importeerde jaarlijks wijn uit Frankrijk naar Nederland. De wijn was in Frankrijk reeds tot verbruik uitgeslagen en accijns was voldaan. Het vervoer werd verzorgd door een Nederlands transportbedrijf, waarbij de kosten werden verdeeld over de deelnemers naar rato van hun afname. Belanghebbende deed op eigen naam aangifte accijns en betaalde deze.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag accijns op, stellende dat de wijn voor commerciële doeleinden werd voorhanden gehouden. Het Hof Den Bosch stelde echter vast dat belanghebbende de wijn niet voor commerciële doeleinden voorhanden had, maar uitsluitend voor persoonlijk gebruik van de groep. Het Hof oordeelde dat de accijns niet verschuldigd was in Nederland op grond van artikel 2c, lid 2, Wet op de accijns, in samenhang met Richtlijn 92/12.
De staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel, stellende dat het begrip 'commerciële doeleinden' ruimer moet worden uitgelegd en dat het vervoer door een derde het toepassingsbereik van artikel 8 van Pro Richtlijn 92/12 uitsluit. Belanghebbende stelde incidenteel beroep in met het standpunt dat het Hof een juiste uitleg gaf aan het criterium dat de accijnsproducten door de particulier zelf vervoerd moeten worden.
De Hoge Raad analyseerde uitgebreid de wetsgeschiedenis, de richtlijnbepalingen en jurisprudentie van het HvJ EG, met name het arrest 'Man in Black'. De Raad bevestigde dat accijns voor door particulieren voor eigen gebruik verkregen en door hen zelf vervoerde producten wordt geheven in het land van verkrijging. Indien het vervoer door een derde plaatsvindt, is artikel 8 niet Pro van toepassing en kan heffing in Nederland plaatsvinden op grond van artikel 7 of Pro 9 van de richtlijn, mits sprake is van commerciële doeleinden. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat belanghebbende de wijn niet voor commerciële doeleinden voorhanden had en dat de accijns niet verschuldigd is in Nederland.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat geen accijns verschuldigd is in Nederland omdat de wijn niet voor commerciële doeleinden wordt voorhanden gehouden en het vervoer door een derde plaatsvindt.