ECLI:NL:PHR:2005:AR3700
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid in hoger beroep bij verontschuldigbare termijnoverschrijding en plicht tot juiste rechtsmiddelvoorlichting
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep centraal. Verdachte had tijdens de zitting verklaard in hoger beroep te gaan, maar had het beroep niet binnen de wettelijke termijn schriftelijk ingesteld. Pas later, na telefonisch contact en bezoek aan de griffie, stelde hij het hoger beroep alsnog in. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had onderzocht of de overschrijding verontschuldigbaar was, bijvoorbeeld doordat verdachte onjuist was geïnformeerd over de wijze van hoger beroep. De rechter moet verdachte niet alleen informeren over het rechtsmiddel en de termijn, maar ook over de wijze van instellen indien er reden is te veronderstellen dat daarover misverstand bestaat.
Omdat het hof niet had onderzocht of de Politierechter verdachte had moeten wijzen op de juiste wijze van hoger beroep, was de motivering van het arrest onvoldoende. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep, waarbij deze aspecten in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.