ECLI:NL:PHR:2005:AR4019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Activering van suikerheffing als onderdeel van de kostprijs van suikervoorraad volgens goed koopmansgebruik
Belanghebbende, een suikerproducent, had in haar vennootschapsbelastingaangifte 1993 de suikerheffing over het verkoopseizoen 1993-1994 als passiefpost opgenomen en ten laste van het resultaat van 1993 gebracht. De Inspecteur corrigeerde dit deels via een navorderingsaanslag, waarbij slechts een deel van de heffing werd toegelaten als passiefpost. Het Hof oordeelde dat de suikerheffing over de op balansdatum aanwezige voorraad A- en B-suiker geactiveerd moet worden als onderdeel van de kostprijs van deze voorraad en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatieberoep in.
De cassatiebehandeling richtte zich op de vraag of de suikerheffing als passiefpost mag worden gevormd en als onderdeel van de kostprijs van de voorraad moet worden geactiveerd, conform het principe van goed koopmansgebruik. De Hoge Raad bevestigde dat de suikerheffing bepaaldelijk door de productie van A- en B-suiker wordt opgeroepen en daarmee een noodzakelijk onderdeel vormt van de kostprijs. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat passivering van de heffing is toegestaan en dat de heffing niet naar rato van verkoop mag worden toegerekend, omdat dat zou leiden tot verkeerde toerekening over jaren.
Verder werd overwogen dat de onzekerheid over de hoogte van de heffing geen beletsel vormt voor activering, mits de heffing redelijkerwijs kan worden geschat. Het subsidiaire standpunt van belanghebbende dat slechts 50% van de heffing aan de voorraad mag worden toegerekend, werd verworpen. De Hoge Raad concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de suikerheffing als onderdeel van de kostprijs van de voorraad A- en B-suiker moet worden geactiveerd.