ECLI:NL:PHR:2005:AR5692

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01228/04 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 240b SrArt. 552a SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking over teruggave kinderpornografisch materiaal en verwijst naar ander hof

De zaak betreft een beklag ex artikel 552a Sv tegen een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hof een verzoek tot teruggave van onder verzoeker inbeslaggenomen kinderpornografisch materiaal had afgewezen en de teruggave van een luchtdrukrevolver en patronen had gelast.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het hof onjuist had geoordeeld over de toetsing van de vatbaarheid voor onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen, waarbij het hof ten onrechte was uitgegaan van de mogelijkheid om de voorwerpen alsnog aan het verkeer te onttrekken.

De conclusie bevatte vijf cassatiemiddelen, waarvan het derde middel werd toegewezen en het tweede middel werd verworpen. De overige middelen werden eveneens verworpen. De Hoge Raad vond geen gronden om ambtshalve te vernietigen.

De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor herbeoordeling van het beklag, zodat het verzoek tot teruggave opnieuw kan worden behandeld.

Deze uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid die vereist is bij de beoordeling van verzoeken tot teruggave van inbeslaggenomen materiaal, met name wanneer het gaat om strafbare voorwerpen zoals kinderpornografisch materiaal.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar een ander hof voor herbeoordeling van het verzoek tot teruggave.

Conclusie

Nr. 01228/04 B
Mr. Vellinga
Zitting: 9 november 2004
Conclusie inzake:
[verzoeker=klager]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft - na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 26 februari 2002, nr. 02158/99B - een verzoek tot teruggave van onder verzoeker inbeslaggenomen kinderpornografisch materiaal afgewezen en de teruggave gelast van de onder verzoeker inbeslaggenomen luchtdrukrevolver en vijf patronen.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 00710/04 B, 00711/04B, 01228/04 B en 01229/04 B. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verzoeker heeft mr. G.G.J. Knoops, advocaat te Amsterdam, vijf middelen van cassatie voorgesteld.
4. De middelen in de onderhavige zaak zijn geheel gelijkluidend aan de middelen in de zaak nr. 00710/04B en zijn gericht tegen overwegingen van het Hof die gelijkluidend zijn aan die in laatstgenoemde zaak. Daarom volsta ik er mee voor de bespreking van het eerste, het vierde en het vijfde middel te verwijzen naar mijn conclusie in de zaak nr. 00710/04B.
5. Voor wat betreft het tweede middel merk ik op dat het middel miskent dat niet valt in te zien hoe het Openbaar Ministerie in een procedure als de onderhavige waarin aan de orde is een verzoek tot teruggave en niet enige vordering van het Openbaar Ministerie, tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zou kunnen worden besloten. Dit betekent dat het middel langs de in de onderhavige procedure aan de orde zijnde vragen heen schiet en dus hoe dan ook tevergeefs is voorgedragen.
6. Voor wat betreft het derde middel verwijs ik naar de bespreking van dat middel in de zaak 00710/04B zij het met de volgende aantekening. De omstandigheid dat het Hof er aan is voorbijgegaan dat het oordeel van de Rechtbank over de vordering tot onttrekking aan het verkeer voor wat betreft de voorwerpen gemerkt "B" in het kader van de beoordeling van de vordering tot onttrekking aan het verkeer niet meer te zijner beoordeling stond brengt mee dat het Hof bij de beoordeling van het onderhavige verzoek tot teruggave, dat betrekking heeft op dezelfde voorwerpen als die waarover het Hof bij de beschikking die in de zaak nr. 710/04B aan de orde is, is uitgegaan van de onjuiste veronderstelling dat de voorwerpen gemerkt "B" alsnog aan het verkeer onttrokken konden worden verklaard.
7. Het derde middel slaagt, het tweede middel is tevergeefs voorgedragen, het eerste, het vierde en het vijfde middel falen.
8. Het eerste, het vierde en het vijfde middel kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG