ECLI:NL:PHR:2005:AR5735
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste beoordeling noodweer bij bedreiging met nepvuurwapen
Op 23 augustus 2002 bedreigde verdachte in Deventer een persoon met een speelgoedrevolver nadat deze persoon met een vuurwapen op hem af was gekomen. Verdachte verklaarde dat hij niet had geschoten en dat hij het nepwapen later had weggegooid. Het hof veroordeelde verdachte wegens bedreiging en overtreding van de Wet wapens en munitie, en verwierp het beroep op noodweer omdat het gebruik van het vuurwapen door verdachte niet in verhouding stond tot de dreiging.
De verdediging voerde aan dat verdachte handelde uit noodweer omdat de aangever met een vuurwapen op hem afliep, maar het hof liet dit element buiten beschouwing in zijn beoordeling. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit element had moeten betrekken bij de beoordeling van het noodweerberoep, aangezien het een wezenlijk onderdeel van de verdediging vormt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het betrekking heeft op de bedreiging en de opgelegde gevangenisstraf en verwijst de zaak terug naar een ander hof voor hernieuwde behandeling. Voor het overige blijft het beroep verworpen. De zaak benadrukt het belang van een volledige en juiste motivering bij de beoordeling van noodweer, met inachtneming van alle relevante feiten.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het noodweerberoep.