ECLI:NL:PHR:2005:AR6621
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn ondanks ambtelijke misinformatie
In deze zaak is verdachte bij verstek veroordeeld door de politierechter en stelde hij te laat hoger beroep in, nadat hij telefonisch onjuiste informatie van een griffieambtenaar had ontvangen over de beroepstermijn. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar was.
Verdachte voerde aan dat hij door de griffieambtenaar binnen de beroepstermijn was geïnformeerd dat hij veertien dagen na ontvangst van de schriftelijke mededeling van de uitspraak in beroep kon gaan, waardoor hij gerechtvaardigd mocht verwachten dat de beroepstermijn later begon. Het hof oordeelde echter dat verdachte deze verwachting niet mocht ontlenen aan de onjuiste informatie, mede omdat verdachte niet had meegedeeld dat hij de datum van de terechtzitting kende.
De Hoge Raad bevestigt dat overschrijding van de beroepstermijn in beginsel leidt tot niet-ontvankelijkheid, tenzij bijzondere omstandigheden die niet aan verdachte zijn toe te rekenen dit verontschuldigen. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk dat verdachte de griffiemedewerker niet volledig had geïnformeerd en dat de overschrijding daarom voor rekening van verdachte komt.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep standhoudt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verontschuldigbare omstandigheden.