ECLI:NL:PHR:2005:AR7262
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke belediging van de troonopvolger en beschadiging kleding door gooien van verfbom naar gouden koets
Op 2 februari 2002 gooide verdachte tijdens de rijtoer van Z.K.H. Willem-Alexander Prins van Oranje en zijn echtgenote H.K.H. Maxima Zorreguieta Prinses van Oranje een zakje met verf naar de gouden koets. Het Hof verklaarde bewezen dat deze handeling een opzettelijke belediging vormde van de vermoedelijke troonopvolger en diens echtgenote, en tevens dat verdachte kledingstukken van omstanders beschadigde door verfspatten.
Verdachte voerde aan dat zijn daad een protest was tegen het instituut monarchie en dat hij niet de intentie had de personen in de koets te beledigen. Het Hof oordeelde echter dat het gooien van het zakje verf onlosmakelijk verbonden was met de personen in de koets en hun eer aantastte. De Hoge Raad bevestigde dat de strafbaarheid van belediging van de troonopvolger en diens echtgenote zonder klachtvereiste en met hogere strafbedreiging geldt.
Verder werd het verweer dat de vervolging in strijd zou zijn met artikel 10 EVRM Pro (vrijheid van meningsuiting) verworpen. De Hoge Raad overwoog dat hoewel het gooien van het zakje verf een uiting van minachting kan zijn, deze uiting niet als een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de monarchie kan worden gezien. Ook de beschadiging van kleding werd als strafbaar erkend, ondanks dat herstel mogelijk is.
De Hoge Raad concludeerde tot vernietiging van het vonnis voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging van de beschadiging van kleding betreft, met verwijzing naar een ander hof voor verdere behandeling, en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Veroordeling wegens opzettelijke belediging bevestigd, vernietiging en verwijzing voor de bewezenverklaring en strafoplegging van beschadiging kleding.