ECLI:NL:PHR:2005:AR7288
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Interpretatie belastingplicht brandstoffenbelasting op geïmporteerd aardgas in Nederland
Belanghebbende sloot diverse overeenkomsten voor levering van Noors aardgas, waarbij het gas werd afgeleverd op een locatie in Nederland. De vraag was wie belastingplichtig is voor de brandstoffenbelasting op dat gas: belanghebbende als afnemer of de verkoper die het gas binnen Nederland brengt.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet degene is die het gas binnen Nederland heeft gebracht, omdat het transport door een derde partij (G) werd verzorgd. De brandstoffenbelasting is volgens artikel 24 Wbm Pro verschuldigd door degene die het gas binnen Nederland brengt of door degene die het gas van de winner betrekt en aflevert of gebruikt.
De Staatssecretaris van Financiën stelde in cassatie dat belanghebbende wel belastingplichtig is, maar de Hoge Raad volgde het oordeel van het Hof. De Hoge Raad concludeert dat de wetsgeschiedenis en systematiek van de wet leiden tot een sluitende interpretatie waarbij dubbele belastingheffing wordt voorkomen. Belanghebbende wordt niet als belastingplichtige aangemerkt omdat zij het gas niet zelf binnen Nederland bracht.
De uitspraak bevestigt dat bij import van aardgas de belastingplicht rust op degene die het gas feitelijk binnen Nederland brengt, en niet op de afnemer die het gas gebruikt. Dit sluit aan bij het legaliteitsbeginsel en voorkomt uitvoeringsproblemen bij de brandstoffenbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende niet belastingplichtig is voor de brandstoffenbelasting op het geïmporteerde aardgas.