ECLI:NL:PHR:2005:AR7738
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afdrachtvermindering zeevaart voor sleep- en hulpverleningsvaartuigen in binnenwateren
De zaak betreft de toepassing van de afdrachtvermindering zeevaart op het vaartuig D, dat wel over een zeebrief en certificaat van deugdelijkheid beschikt, maar niet voornamelijk op zee opereert en niet bestemd is voor sleepwerkzaamheden, slechts voor hulpverleningswerkzaamheden. De belanghebbende had de faciliteit toegepast voor de jaren 1995-1997, maar de Inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens onterechte toepassing.
Het hof had geoordeeld dat het schip D kwalificeerde als zeeschip omdat het bestemd was voor hulpverleningswerkzaamheden op zee, zonder dat een bestemming voor sleepwerkzaamheden vereist was. De Staatssecretaris stelde cassatie in en betoogde dat de wettelijke tekst cumulatief vereist dat het schip bestemd is voor zowel sleep- als hulpverleningswerkzaamheden.
De Hoge Raad oordeelt dat het woord "en" in de wettelijke bepalingen inderdaad cumulatief moet worden uitgelegd, en dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat alleen hulpverleningswerkzaamheden voldoende zijn. Daarnaast bespreekt de conclusie de Europese Commissie die de Nederlandse steunregeling voor sleepactiviteiten in havens en binnenwateren als onverenigbare staatssteun heeft aangemerkt, en de gevolgen daarvan voor de terugvordering van de steun. De Hoge Raad stelt dat het verbod van de Commissie van dwingende aard is en dat de nationale rechter dit ambtshalve moet toepassen, maar acht het in deze procedure niet noodzakelijk om de uitspraak van het hof op dat punt ambtshalve te vernietigen, omdat de Staatssecretaris reeds maatregelen heeft aangekondigd om de steun terug te vorderen.
De conclusie adviseert de cassatie te gegrond te verklaren, het hof te vernietigen en de zaak zelf af te doen, waarbij wordt bevestigd dat de cumulatieve eis van sleep- en hulpverleningswerkzaamheden geldt voor toepassing van de afdrachtvermindering zeevaart.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak zelf afgehandeld met de bevestiging van de cumulatieve eis voor sleep- en hulpverleningswerkzaamheden.