ECLI:NL:PHR:2005:AR7924
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verval noodweg en aanspraak op schadevergoeding bij ingesloten erf
Deze zaak betreft een geschil tussen buren over het gebruik en het verval van een noodweg op grond van artikel 5:57 BW Pro. Eiser is eigenaar van een perceel dat grenst aan percelen van verweerder, die tevens eigenaar is van aangrenzende percelen met kassen. Eiser vordert dat verweerder wordt verboden de noodweg over zijn perceel te gebruiken en vraagt schadevergoeding wegens onrechtmatig gebruik.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de noodweg niet is vervallen omdat de percelen van verweerder niet als één exploitatie-eenheid kunnen worden beschouwd en dat de kassen een behoorlijke toegang tot de openbare weg voor het achtergelegen erf verhinderen. De rechtbank wees de vorderingen van eiser af, waarbij werd meegewogen dat aanpassingen aan de kassen te bezwaarlijk zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip 'erf' in artikel 5:57 BW Pro moet worden geïnterpreteerd als een exploitatie-eenheid en dat een noodweg vervalt zodra het ingesloten erf via een aangrenzend perceel een behoorlijke toegang tot de openbare weg heeft. Echter, in dit geval is de feitelijke situatie zodanig dat de noodweg niet is vervallen omdat de kassen de toegang belemmeren en aanpassingen onredelijk zijn. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de vordering tot schadevergoeding prematuur is zolang partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen over de vergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de noodweg niet is vervallen en wijst het cassatieberoep af.