ECLI:NL:PHR:2005:AR7926
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen bindende toezegging van Aegon voor financiële problemen Raad Holding
De Koopsommer B.V. sloot in juli 1999 een pilotovereenkomst met Cekazet Assurantiën B.V. (Raad) als subagent. In november 1999 werd tijdens een bijeenkomst bekend dat Raad Holding B.V. in financiële moeilijkheden verkeerde. Kort daarna ontbond De Koopsommer de overeenkomst. Raad kreeg surseance van betaling en ging failliet. De Koopsommer stelde dat Aegon, aandeelhouder van Raad Holding, namens wie een commissaris een toezegging deed, gebonden was aan een passende oplossing voor De Koopsommer, wat Aegon niet nakwam. Tevens stelde zij onrechtmatig handelen door Aegon wegens invloed op overdracht aan derde.
De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bekrachtigde dit. Het hof oordeelde dat de commissaris niet uitdrukkelijk namens Aegon sprak en dat de brief met naam en functie niet voldoende was voor een bindende toezegging. Ook was het handelen van Aegon gericht op redding van Raad en leidde het faillissement niet tot schade voor De Koopsommer.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep omdat De Koopsommer onvoldoende had gesteld dat de commissaris uitdrukkelijk namens Aegon sprak. Het hof mocht het bewijsaanbod om de commissaris te horen als getuige weigeren. Ook faalden de klachten over de uitleg van de subsidiaire grondslag en het ontbreken van rechtsgrond voor nakoming door Aegon. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van De Koopsommer wordt verworpen en de vorderingen tegen Aegon afgewezen.