ECLI:NL:PHR:2005:AR7927

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/050HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:406 lid 2 BWArt. 80 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onduidelijkheid over meetfout en opdracht tot herstel staalconstructie

Eiseres vorderde betaling van Euro 1.133,71 van Mico Sport VOF wegens kosten voor het verplaatsen van stalen kolommen die niet op de juiste plaats waren gemonteerd, waardoor zij haar pui niet kon plaatsen.

De kantonrechter oordeelde dat niet duidelijk was wie de meetfout had gemaakt die tot de noodzakelijke aanpassing leidde, en dat eiseres zelf opdracht had gegeven tot de herstelwerkzaamheden. Daarom konden de kosten niet aan Mico worden doorberekend.

Eiseres kwam tegen dit vonnis in cassatie met het middel dat het vonnis onbegrijpelijk was omdat het niet duidelijk was waarom de kantonrechter zijn oordeel baseerde op de vraag wie de meetfout maakte en niet op de vraag voor wiens rekening de fout viel.

De Hoge Raad oordeelde dat de redenering van de kantonrechter begrijpelijk is en dat het feit dat eiseres zelf opdracht gaf tot herstel betekent dat zij de kosten zelf moet dragen. Het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: De vordering van eiseres tot betaling van de kosten voor het aanpassen van de stalen kolommen wordt afgewezen omdat zij zelf opdracht gaf tot de herstelwerkzaamheden.

Conclusie

Rolnr. C04/050HR
Mr L. Strikwerda
Zt. 17 dec. 2004
conclusie inzake
[eiseres]
tegen
1. de vennootschap onder firma Mico Sport Vof
2. [verweerder 2]
3. [verweerster 3]
Edelhoogachtbaar College,
1. Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van een kantonrechter waartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld. In cassatie wordt geklaagd dat het vonnis niet de gronden inhoudt waarop het berust.
2. Uit de gedingstukken blijkt het volgende.
(i) Thans eiseres tot cassatie, hierna: [eiseres], heeft bij exploit van 13 augustus 2002 thans verweerders in cassatie, hierna in enkelvoud: Mico, gedagvaard voor de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond, tot betaling van Euro 1.133,71 met rente en kosten.
(ii) [Eiseres] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij op grond van een met Mico gesloten overeenkomst een pui heeft vervaardigd en gemonteerd in een door Mico gerealiseerd bedrijfsgebouw. Op advies van [eiseres] heeft Mico ten behoeve van de stevigheid van de pui een tweetal stalen kolommen in het front van het gebouw laten plaatsen. Omdat de kolommen niet op de juiste plaats zijn gemonteerd was het voor [eiseres] niet mogelijk om de pui te plaatsen en te monteren. In opdracht van Mico heeft [eiseres] de kolommen laten verplaatsen zodat de pui gemonteerd kon worden. Voor de kosten die met deze wijziging gemoeid waren heeft [eiseres] een factuur aan Mico gezonden, die deze echter onbetaald heeft gelaten.
(iii) Mico heeft op verschillende gronden verweer gevoerd tegen de vordering van [eiseres]. In de eerste plaats heeft zij aangevoerd dat de aanpassing noodzakelijk was als gevolg van een meetfout van [eiseres], zodat [eiseres] de kosten van aanpassing niet op Mico kan afwentelen. Voorts heeft Mico aangevoerd dat het [eiseres] is geweest die opdracht heeft gegeven tot het plaatsen van de stalen kolommen, zodat, indien er al fouten zijn gemaakt door het bedrijf dat de kolommen heeft geplaatst, [eiseres] de kosten van herstel dient te verhalen op dat bedrijf.
3. Bij tussenvonnis van 25 februari 2003 heeft de kantonrechter overwogen en beslist dat, nu [eiseres] zulks gemotiveerd heeft betwist, het aan Mico is te bewijzen dat het plaatsen van de stalen kolommen begrepen was in de door Mico aan [eiseres] verstrekte opdracht. Voorts heeft de kantonrechter overwogen en beslist dat, nu Mico aansprakelijkheid tevens heeft bestreden op grond van de door [eiseres] bestreden stelling dat de noodzaak tot het aanpassen van de stalen kolommen het gevolg is van door [eiseres] aan de constructeur van die stalen kolommen opgegeven verkeerde maten, Mico ook deze stelling heeft te bewijzen.
4. Nadat getuigenverhoor had plaatsgevonden, heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 7 oktober 2003 de vordering van [eiseres] afgewezen. Daartoe heeft de kantonrechter, kort weergegeven, het volgende overwogen. Op grond van de afgelegde getuigenverklaringen is komen vast te staan dat ten tijde van de opdrachtverlening door Mico aan [eiseres] met betrekking tot de te realiseren pui niet is gesproken over een aan te brengen staalconstructie. Pas naderhand is door Mico aan [betrokkene 1] opdracht gegeven tot het vervaardigen van deze staalconstructie. De desbetreffende factuur van [betrokkene 1] is door Mico voldaan. Vervolgens heeft [eiseres], toen haar bleek dat de staalconstructie niet juist was aangebracht, aan Amplitech opdracht gegeven om de staalconstructie aan te passen. Amplitech heeft aan [eiseres] gefactureerd. Bij de beantwoording van de vraag of [eiseres] het door Amplitech aan haar in rekening gebrachte bedrag kan doorberekenen aan Mico is van doorslaggevende betekenis wie de meetfout heeft gemaakt met betrekking tot de staalconstructie. Dat blijkt evenwel niet duidelijk uit de getuigenverklaringen. Deze onduidelijkheid en het feit dat [eiseres] aan Amplitech opdracht heeft gegeven tot de extra werkzaamheden, brengen mee dat de daarmee gemoeide kosten door [eiseres] niet kunnen worden doorberekend aan Mico.
5. [Eiseres] is tegen het eindvonnis van de kantonrechter (tijdig) in cassatie gekomen met één middel. Mico is in cassatie niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
6. Het middel betoogt dat het bestreden vonnis twee leemten bevat, welke er beide toe leiden dat geen of onvoldoende inzicht bestaat in de door de kantonrechter gevolgde gedachtengang. De ene leemte is volgens het middel dat onbekend is waarom de kantonrechter zijn beslissing heeft laten afhangen van het antwoord op de vraag 'wie de meetfout maakte' en niet van het antwoord op de vraag voor wiens rekening en/of onder wiens verantwoordelijkheid die fout gemaakt werd. De andere leemte is volgens het middel dat onbekend is waarom de kantonrechter heeft geoordeeld dat de rechtsverhouding tussen Mico en [betrokkene 1] enerzijds en de rechtsverhouding tussen Mico en [eiseres] anderzijds niet van elkaar gescheiden behoeven te worden.
7. Gelezen in samenhang met hetgeen in de cassatiedagvaarding ter inleiding op de voorgestelde klacht wordt aangevoerd, begrijp ik dat het middel ertoe strekt te betogen dat zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is het oordeel van de kantonrechter dat, nu niet duidelijk is geworden wie de meetfout heeft gemaakt en nu door [eiseres] aan Amplitech opdracht is gegeven tot de extra werkzaamheden, de daarmee gemoeide kosten door [eiseres] niet aan Mico kunnen worden doorberekend. Tot dit oordeel had de kantonrechter slechts kunnen komen, aldus het middel, indien de kantonrechter zou hebben vastgesteld dat is gesteld en aannemelijk geworden (a) dat [betrokkene 1] niet de gelegenheid is geboden de gemaakte fout te herstellen, en (b) dat Mico aan [eiseres] geen opdracht heeft gegeven de fout van [betrokkene 1] te (doen) herstellen. Zonder deze twee schakels, zo wil het middel kennelijk betogen, is de redenering van de kantonrechter niet concludent.
8. Het middel faalt. Aan het bestreden oordeel van de kantonrechter ligt de op zichzelf niet onbegrijpelijke redenering ten grondslag dat, nu niet is komen vast te staan wie - Mico of [eiseres] - aan [betrokkene 1] de verkeerde maten heeft opgegeven, en dus niet vaststaat dat Mico dit heeft gedaan, doch wel is komen vast te staan dat [eiseres], en niet Mico, aan Amplitech opdracht heeft gegeven tot de extra werkzaamheden, [eiseres] de kosten van die extra werkzaamheden niet aan Mico kan doorberekenen. Deze redenering berust kennelijk op de opvatting dat [eiseres], nu zij eigenmachtig Amplitech opdracht heeft gegeven tot de herstelwerkzaamheden, de kosten daarvan zelf moet dragen en deze kosten ook niet als onkosten in de zin van art. 7:406 lid 2 BW Pro aan Mico in rekening kan brengen. De vraag of de door de kantonrechter gevolgde redenering concludent is, kan niet worden beoordeeld zonder daarbij mede de juistheid van die opvattingen van de kantonrechter te betrekken. Art. 80 RO Pro staat daaraan in de weg. Zie bijv. HR 11 december 1987, NJ 1988, 338.
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,